Het monster van de middelmatigheid

burn out getuigenis

Uus is psychiater en kreeg een burn-out. Ze legt uit waarom minder werken geen wondermiddel is en het goedgenoegisme niet automatisch gelukkig maakt.


Ik heb een tattoo overwogen, op mijn voorhoofd: ‘Handle with care’, toen ik terug ging werken na een burn-out.
Zo breekbaar voelde ik me. Niet het soort kwetsbaar dat je voelt wanneer je naar je slapende kinderen kijkt of wanneer je voor Moederdag een afschuwelijk mooie ketting van droge macaroni krijgt. Wel het soort broos waardoor je gaat twijfelen aan je capaciteiten. Mijn jarenlange ervaring leek opgebrand, weg in de zak van de as.

Drukdrukdruk. Een tijd geleden was het ook het codewoord voor mij, het klassieke antwoord op zowat elke vraag.
Enerzijds klopte het, anderzijds hoefde ik zo niet dieper in te gaan op hoe het echt met me ging. Misschien was er ook niet veel diepers onder die drukke bovenlaag. Overleven als way of life. Een veeleisende job. Een frequent zieke peuter en een nachtelijk actieve kleuter. Een verhuis. Verse maaltijden, verse was en altijd de juiste nagellak.

“Wanneer je er een dagactiviteit van maakt om één quiche te kiezen en te kopen, weet je dat je ver heen bent.”

En toen was hij daar, de klap, de knieval, de nekslag. Hij arriveerde op het werk. Hyperventilatie en tranen, mijn
professionele schild bleek opgelost te zijn in het niets. Naar huis. Nu! Voor even. Een paar weken. Die maanden worden. 

Een psychiater met een burn-out, jawel! Ook al heb ik dit etiket er pas na datum opgeplakt. Een fysieke vermoeidheid als nooit te voren, en zowel de fysieke als mentale draagkracht van een tandenstoker. Wanneer je er een dagactiviteit van maakt om één quiche te kiezen en te kopen, weet je dat je ver heen bent. Zeker als je nadien je auto niet meer terugvindt op de parking. En denkt dat de oplossing zit in een telefoontje naar je man op zijn werk. Het zijn tranen van opluchting én ellende die dan over je wangen rollen, eenmaal terug achter het stuur.

Ik ben onder een struik gekropen. Als een gewond dier heb ik mijn wonden gelikt. Ik ben hersteld en ben mij gaan bekwamen in de kunst van het delegeren en het begrenzen. Verder ambieerde ik de vaardigheid “feilloos falen”.
En bovendien was ik het aan mijzelf en mijn omgeving verschuldigd, oh jee cliché, om de lat wat lager te leggen.
Een zeventje, daar ging ik voor, niet meer, niet minder. Pleidooi voor imperfectie. Een trouwspeech schrijven?
Ik deed mijn best tot aan de 7. Feest voor de jarige dochter? Taart van de bakker. Foute nagellak voor de outfit?
So be it. Geen zin in de doucherompslomp? Kinderen ongewassen naar bed – en ze hebben dat overleefd. Zelfs
een avond nietsdoen in mijn persoonlijke huis-spa, met komkommers en aanverwante wellness-attributen in de
aanslag, was toegestaan.

“Middelmatigheid, ik werd daar niet gelukkig van. Maar helemaal terug naar af en de lat terug de hoogte in, was ook geen optie.”

En toen, na zeven weken van 7-tjes, geen gezever, sloeg het toe: het monster van de middelmatigheid. Crisis, want ik leed aan middelmatigheid. Ik beoordeelde mijzelf als een middelmatige moeder, een middelmatige partner en een middelmatige vriendin met een middelmatig leven in een middelmatig huis in een middelmatige straat van een middelmatig dorp. Geen uitschieters, geen prestaties, geen applaus. Aan liefde van mijn gezin, familie en vriendenkring hoegenaamd geen gebrek. De peuter genas stilletjes, de kleuter sliep al eens door, de verhuisdozen werden eindelijk uitgepakt.

Helaas, het goedgenoegisme bleek niet aan mij besteed. Middelmatigheid, ik werd daar niet gelukkig van. Maar
helemaal terug naar af en de lat terug de hoogte in, dat was ook geen optie. Ik probeer nu te “differentiëren”, dat is mijn nieuwe aanpak. De ene keer ga ik voor een 10, de andere keer volstaat een 7. Ik laat mijn nagellak wat langer op, maar voorzie een afspraak bij de manicure net voor de feestdagen. Ik overweeg om binnenkort eens voor een onmogelijk geachte 3 te gaan… Differentiëren, ik ben het aan het leren. Benieuwd of dit een helpend alternatief is voor de integrale downsizing naar een 7!

“Minder werken is ook minder verdienen, maar dankzij meer tijd en minder stress zou ik ook minder nood hebben aan luxe-uitgaven.”

Naast deze schuchtere omhelzing van de imperfectie, moest ook het “huwelijk” met mijn job er aan geloven. Ik gaf mijn ontslag. Vaarwel veeleisende baan met overvolle agenda! Vaarwel helaas ook aan de financiële zekerheid.
Minder werken is ook minder verdienen, maar dankzij meer tijd en minder stress zou ik ook minder nood hebben aan luxe-uitgaven of comfort-stuff, las ik in ‘Het voordeel van de twijfel: over nut van filosofie’ van Stefaan Van Brabant. Ik zou het goede voorbeeld geven voor de rest van de wereld. Want als iedereen minder zou gaan werken, zou er meer werk zijn voor iedereen en zouden we allemaal wat minder gestresseerd rondlopen. De welvaartsziektes en -kilo’s zouden als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik zou nooit meer de week voor en na een vakantie dubbele uren draaien. Want met mijn nieuwe deeltijdse baan met zelfstandigenstatuut zou ik zelf mijn
uren bepalen. Ik zou naar de yoga kunnen en mijn boterhammen opeten in het park. Wie zou er dan nog nood
hebben aan een dure vakantie waar je op commando plots moet ontspannen? Ik zou minder geld uitgeven want ik zou meer tijd hebben om de goedkoopste opties te onderzoeken.

Het klonk allemaal aannemelijk, mooi, ethisch, ecologisch, en erg nobel. Ik kon ook publiek vinden dat met enthousiasme reageerde op de uiteenzetting van mijn plannen en mijn other way of life. Maar tegelijk was ik mijn eigen angstvallige toehoorder. Zei ik dit echt? Geloofde ik dit? Wilde ik echt de knip op mijn portemonnee terwijl mijn collega’s hun geld lieten rollen? Als ik zo weloverwogen een keuze maakte, moest ik wel gelukkig worden, maar wat als dat overweldigende geluksgevoel zou uitblijven?

“Eerlijk is eerlijk. Het consuminderen is geen evidentie. Nog niet.”

Eerlijk is eerlijk. Het consuminderen is geen evidentie. Nog niet. Het geeft moed om gelijkgestemde zielen te treffen. Maar onverdeeld positief ben ik niet. Ik zit nog in een proefperiode. Ik hoef nog niet te kiezen. Ik ben zelfstandige in hoofdberoep geworden, maar ik kan ook nog terug naar een werknemersstatuut. Ik kom rond met een deel van mijn voormalig loon. Veel mensen hebben die luxe niet eens, dat besef ik zeer goed.

Herstellen van een burn-out is een persoonlijke zoektocht. En daarmee is dan ook de grootste gemeenschappelijke
deler benoemd: de zoektocht. De tijd nemen, de rust, de allenigheid, de stilte. Om onder de drukke bovenlaag op
zoek te gaan naar wie je bent, wat je wil en wat je nodig hebt. En wat haalbaar is. Niet meer, misschien iets minder.
Ik hou niet van de uitspraak dat je zelf helemaal verantwoordelijk bent voor wat je doet en dus voor hoe je je voelt.
Maar voel je wel uitgedaagd om de zoektocht aan te gaan. Met of zonder hulp. Met of zonder de juiste nagellak.


Succes is not final, failure is not fatal: it is the courage to continue that counts. – Winston Churchill

Auteur: Uus Knops, Psychiater

Bron: Charlie Magazine